24 uur Sevilla

24 uur Sevilla

“How long, uh,” begon de man, “you, uh – here?” Hij wijst naar de grond, maar zal het terras van dit tapasrestaurant niet bedoelen. Tegelijkertijd…de man oogt flink bezopen en lijkt in staat alles te bedoelen — misschien wil hij weten of we een paar rondjes pils meepakken, of probeert hij achter onze leeftijd te komen. Zijn drie maten leveren weinig hulp; ze spreken slechter Engels en lijken nog minder grip op de nuchtere wereld om hun heen. Om de man te helpen neemt Ellis aan dat hij Sevilla bedoelt, waar we op dit moment zijn en zegt: “We came yesterday…,” hij knikt en vraagt of we morgen weer gaan, “…and we stay one month.” Grote ogen, drie vrienden met Spaanse vragen, snelle antwoorden, een telefoon die tevoorschijn komt, masker dat opgaat en ineens zit hij naast ons. “Okay, you go to Bar Jota,” dat hij op zijn telefoon laat zien, “For good beer – you like beer? Madre! Una cerveza! And also, Coronado and Bodega Santa Cruz, and…,” gaat hij verder. Ik krijg een biertje van de serveerste (Ellis heeft nog wijn, ook al van hun) terwijl de beste man zijn hele Google Maps doorgaat om ons tips te geven – en dat allemaal voor een euro die Ellis vond op straat.

We zijn dus in Sevilla. Het is m’n eerste keer Spanje en na iets meer dan 24 uur kan ik je al niet meer zeggen waarom ik hier nooit eerder ben geweest – ik vind het fantastisch. De tapas en de cultuur, natuurlijk, maar – en vertel me alsjeblieft of ze dit overal in Spanje hebben – vooral dat elk hoekje van Sevilla’s centrum het bekijken waard lijkt: duik een druilerig steegje in en alsnog zul je ineens, vanuit een onverwachte hoek één of andere toren, kerk of klooster zien staan. Donder een schilder op willekeurig welk plekje en deze vindt iets om tot kunst te verheven, van bekende plaatjes als het plein langs de Alcazar tot pareltjes van gevels die je letterlijk overal vindt. Toch, een stad is meer dan gebouwen. Ik bedoel…Parijs is ook prachtig.

Toen ik voordat we naar Sevilla gingen van een vriend dan ook hoorden dat Portugezen (waar we net vandaan komen) een stuk vriendelijker zijn dan Spanjaarden – “altijd het gevoel dat ze iets van je willen” – was ik ook even uit het veld geslagen; moet ik daar een maand tussen gaan zitten? Hoewel we in de eerste 24 uur niet direct werden belaagd door toeristentrekkers die je hun ‘really, best restaurant, special for you’ in willen trekken sloeg ik ook niet stijl achterover van de vriendelijkheid (looking at you, Albanië). Tot we daar op dat terras van ‘t tapasrestaurant zaten.

Ellis en ik zaten gewoon even lekker onze mik vol te proppen met croquetas toen Ellis ineens opstond met een kort: ‘Geld moet rollen!” Snel keek ik om me heen, me afvragend waar de vintage winkel was die ze ging leegtrekken, maar zag haar alleen een muntstuk pakken en op de tafel naast ons leggen. ‘Gewoon’ even iemand z’n verloren geld teruggeven. Ja, ja…nou, zo gewoon is dat in Spanje blijkbaar niet.

Op de tafel naast ons was er ineens flinke consternatie en omdat ik net zo goed ben in Spaans als in korte tekstjes tikken begreep ik niet wat er aan de hand was. Totdat de serveerst met het eerste biertje en wijntje van de tafel naast ons langskwam. “Munumumnuma invitacion,” zei ze. Invitacion voor wattes? En toen trok die man, de man van de tips, onze aandacht. “Where you, uh, from?” begon hij. Ons “Holland” kon op heel wat ge-oeh en ge-ah rekenen en met het horten en stoten van zijn gebrekkige Engels kwamen we erachter waarom: “People from Espagna, they, uh, don’t give back the money. They keep it!”

Een euro gaf Ellis terug en in ruil daarvoor kregen we bier, wijn en een waslijst met tips voor de beste restaurants en cafés van Sevilla. Laat ze maar lekker investeren in bitcoins, investeren wij lekker in mensen. Groetjes!